zaterdag 15 februari 2014

Opgeruimd staat netjes!


Ik hou van opgeruimd en geordend. Alles gesorteerd, en netjes op zijn plek. Ik hou er van als mijn computer opgeruimd is: geen documenten op het bureaublad, foto's gesorteerd op datum, geen programma's die ik nooit gebruik. Ik hou er van als mijn auto gepoetst en opgeruimd is. Al die tankbonnetjes weg, geen lege verpakkingen, de ruitenkrabber op zijn plek. En hij moet natuurlijk ook netjes in het parkeervak staan. Zoiets. Bovenal hou ik van een opgeruimd huis. Nu hebben wij niet veel ruimte (laat staan een huis), dus ik hoor je denken, wat is het probleem? 

Ik hou ook écht niet van rotzooi, maar heb als 'voordeel' dat hoe meer vermoeidheid ik ervaar, hoe minder prikkels ik opvang, dus hoe minder last ik er van heb. En hoe beter ik er tussen kan leven. Dus hoe meer troep er overal komt te staan en te liggen.

En ik hou van opgeruimd, niet van het werkwoord opruimen. In de regel hou ik al niet van werkwoorden, vooral niet wanneer ze tegen mij gericht zijn. Iets met werkpaarden en luxepaarden...



En dan is het vrijdagavond. Op vrijdagavond besef ik mij altijd hoe weinig werk er de afgelopen dagen verzet is (behalve voor de baas dan, uiteraard), en hoeveel rotzooi er kan liggen in zo'n beperkte ruimte. Kleding her en der (ik kan dat nog wel een dagje aan. Ooit), de afwas op het aanrecht. Een rekje met was (al tijden droog), en in de koelkast wat restjes eten die met dezelfde mentaliteit zijn behandeld als de kleding: is nog wel te eten. Ooit. Er mag ook wel eens met een stofzuiger en dweil door het huis gegaan worden en op het aanrecht ontwikkelen zich langzamerhand nieuwe levensvormen.

En dan komt het beruchte telefoontje: "Roos, we komen koffie drinken / die fiets ophalen / mee-eten / je keyboard brengen". 
-"Leuk! Ja! Kom maar metee-"


...


"Komt een uurtje later ook uit? Ik eh- .. Moet nog een boodschap doen."

Op dat moment is de belangrijkste regel: voordat het opgeruimd is wordt het eerst een grotere zooi. Dat is vervelend, want daar word ik ontzettend zenuwachtig van.
De tweede belangrijkste regel is iedereen te mobiliseren die in de buurt is. Zet je vriend aan de was opvouwen, stofzuigen, afstoffen en de afwas. Laat de hond / het konijn / de kanarie de kliekjes opeten. Kwak die kleding nu eindelijk eens in de wasmand en zet die BH's in de week. Zet de vuilniszakken buiten en gooi dat oud papier weg.


En dan. Dat half uurtje voordat het bezoek op de bel drukt... Je ploft op de bank. Dát gevoel, dat heerlijke gevoel. De chloor nog aan je handen, je haren nog in "opruimmodus" (knotje, want niets, maar dan ook niets is zo vies als van die lange ronddwarrelende haren), je sokken nat van de zojuist gedweilde vloer (ook geduld is een vies woord).... 


Niet alleen het huisje is schoon, ook in mijn hoofd is het 'schoon'. Heerlijk. Een flink aantal van bovenstaande tabbladen zijn op magische wijze gesloten: rust! Heb ik een poets-fiemel? Moet ik dwangmatig met de stofdoek door het huis? Nee, absoluut niet. Ik kan wel hysterisch worden van rotzooi, maar voornamelijk omdat ik me dan de berg werk voorstel die nog verzet moet worden (eigen schuld, had ik maar eerder eens moeten beginnen). Vooral de afwas vind ik verschrikkelijk. En het erge? Volgende week zitten we weer in hetzelfde schuitje.

Ik denk dat ik voor de zekerheid de auto nog maar eens netjes in het parkeervak ga plaatsen.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten